Pagina:Het Koninkrijk Deel 01 Voorspel (1969).djvu/18

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

ONDERWERP

convooien die door de zwaardere slagschepen gedekt werden; tijdens de bijeenkomst had hij die snedige vraag 'natuurlijk' niet gesteld.

Er bleek ook niet van andere vragen. Het was ook wel laat geworden: kwart over twaalf. Beelaerts - het was Reynders die toen zweeg, niet ontgaan - had onder het betoog van de admiraal al zitten 'knikkebollen'. Toen men het Paleis Noordeinde verliet, was de 8ste juli aangebroken.

Die dag legde Colijn zijn opdracht neer.

 

Overgang

Het begin van een geschiedverhaal is steeds willekeurig. Men 'neemt de draad op' - maar die draad is continu: hij verliest zich aan de ene kant in het verleden dat aan de beschreven gebeurtenissen voorafgaat, aan de andere in de toekomst die op die gebeurtenissen volgt. Wanneer wij hier aan de aanvang de lezer meegenomen hebben achter de gesloten deuren van het Paleis Noordeinde, dan geschiedde dat vooral hierom omdat men aan de gedachtenwisseling van koningin Wilhelmina met enkele van haar bejaarde of zelfs hoogbejaarde adviseurs zekere symbolische waarde niet ontzeggen kan. Allen die op die avond van de 7e juli 1939 - en wij mogen hier in ruimere zin wel van de vooravond van de tweede wereldoorlog spreken het woord voerden, waren in de negentiende eeuw geboren. In een wereld die nog van geen telefoon, electrisch licht of auto weet had, hadden twee hunner als jeugdige knapen het gerucht van de Frans-Duitse oorlog van 1870-71 vernomen. Fock en de Vos van Steenwijk, van Schaik en Beelaerts van Blokland - zij spraken niet voor zichzelf alleen, geestelijke vertegenwoordigers als zij waren van groepen en maatschappelijke klassen die in vroegere generaties van hun volk, het Nederlandse, een bepaalde identiteit en signatuur gekregen hadden. Welke? Beantwoording van die vraag vergt een terugblik in de geschiedenis.

Maar dat geldt, en over de volle breedte, voor het gehele onderwerp van het werk dat wij, ruim twintig jaar na het einde van die worsteling, ons voorstellen te schrijven. Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog: strijd en lijden van een, vergeleken met andere, weinig talrijk volk, hoezeer ook uitgezwermd over de wereldzeeën; lotgeval van een staatsverband van, zelfs met andere vergeleken, aanzienlijke afmetingen, gelegen als het was in drie continenten. Wanneer wij trachten willen, de hoofdlijnen vasthoudend, juist de details uit die zes bewogen jaren te doen

7