Pagina:Het Koninkrijk Deel 02 Neutraal (1969).djvu/51

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

KONINGIN WILHELMINA

vormen.' 'Wij willen onszelf zijn en blijven', zei zij vier maanden later, op 9 september '33, aan het einde van de manifestatie die ter gelegenheid van haar vijf-en-dertigjarig regeringsjubileum in het Amsterdamse Stadion plaats vond—

'Wij willen voortbouwen op de grondslagen, door onze Vaderen gelegd, ons bewust van onze roeping tegenover onszelf en in het grote gezin der volkeren. Wij willen putten uit de schatten, ons door een groot voorgeslacht nagelaten, overtuigd daarin te allen tijde overvloedig te vinden hetgeen wij behoeven om met taaie volharding en zich steeds weer vernieuwende kracht te streven naar de aanpassing bij gewijzigde wereldomstandigheden, welke onder Gods zegen ons weer een gelukkige toekomst brengen kan.'

Impliciet behelsden deze en dergelijke, door haarzelf geformuleerde uitspraken een duidelijke afwijzing van wat maar zweemde naar fascisme, nationaal-socialisme of communisme. Vijf-en-dertig jaar tevoren had zij bezworen dat zij 'de algemene en bijzondere vrijheid en de rechten van alle mijne onderdanen... beschermen' zou: het grondwettig democratisch bestel vond in haar, hoezeer zij zich soms aan haar eigen beperkte macht en aan de trage werking van de parlementaire democratie ten onzent mocht stoten, een principieel en overtuigd verdediger. Over de dwaze pretenties van een Mussert maakte zij zich geen zorgen.

Maar zoveel te meer over die van Hitler.

Duitsland en de Duitsers kende zij goed. Van de zijde van haar moeder en van haar echtgenoot had zij veel Duitse familierelaties, zij was er vaak op bezoek geweest. De chauvinistische Duitse mentaliteit beklemde haar al in de jaren '20. Met het nationaal-socialisme kreeg zij wellicht het eerst aanraking in de persoon van haar neef, de zestien jaar jongere Josias, erfprins van Waldeck-Pyrmont, in '25 al een fanatiek nationaal-socialist, later SS'er, wiens uitlatingen en gedragingen haar spoedig met zorg vervulden.[1] Met haar heldere kijk op de grote stromingen in de wereldpolitiek was zij, veler optimisme ten spijt, in '32 verstandelijk overtuigd dat Hitler aan dc macht zou komen.[2] Toen het zo ver was, ontving zij dat bericht (dat toch als een schok kwam) op doorreis in Bazel:

'Welk een ontsteltenis maakte zich toen van mij meester. Wat zou er nu wel gebeuren? De oude president Hindenburg was nog wel aan het bewind, maar van Mussolini hadden wij gezien hoe snel fascistische krachten de wettige gezagsdrager op zij weten te schuiven. Het leed voor mij geen twijfel, dat nu

  1. Koningin Wilhclmina, 18 febr. 1956.
  2. F. van 't Sant, 2 okt. 1956.

44