Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/136

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
124
DE BESTUIVING VAN BLOEMEN DOOR DEN WIND.


regel te zijn. Thans zijn de dadelpalmen nog een leerrijk voorbeeld voor de bestuiving van bloemen door den wind.

In onze vorige hoofdstukken hebben wij steeds bloemen beschouwd, die, hetzij zonder uitzondering, hetzij ten minste in den regel, door insekten worden bestoven. Thans wenschen wij de aandacht te vestigen op die hoogst eenvoudige, weinig in 't oog loopend versierde bloemen, wier bestuiving hetzij uitsluitend hetzij grootendeels door den wind geschiedt.

Fig 58.


Het leven der bloem (1900) p136 fig58.jpg


Bloemen van den Els (Alnus).
Links: 1, schubje met twee vrouwelijke bloemen; 2, rijp katje.
Rechts: 1, schubje met drie mannelijke bloemen;
2, een afzonderlijke mannelijke bloem.


Talrijke voorbeelden leveren hiervan onze inlandsche boomen, wier bloemen in katjes bij één geplaatst zijn, Iedereen kent die lange, dunne hangende trosjes, van een gele of bruingele kleur, die in het vroege voorjaar aan Elzen en Hazelaars, lang voordat de bladen zich ontplooien, te zien zijn. Deze slappe en tengere trosjes zijn de zoogenoemde katjes, die uit een dunnen steel en een zeer groot aantal kleine bloempjes bestaan. Deze bloempjes zijn hoogst eenvoudig van bouw, en bij de genoemde boomen steeds alleen uit meeldraden gevormd, die door enkele kleine schubjes omgeven worden. Onze figuur 58 stelt bij 2 (rechts) zulk een bloempje van den Els voor; daarnaast ziet men drie bloempjes, die, dicht bijeengedrongen en door een gemeenschappelijk schubje gesteund, te zamen aan den steel