Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/135

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
123
DE BESTUIVING VAN BLOEMEN DOOR DEN WIND.


lijke, die welke het stuifmeel voortbrachten mannelijke. Men wist, dat het niet voldoende was de eersten te planten, om vruchten te verkrijgen; de aanwezigheid van de laatsten was daarvoor een noodzakelijk vereischte. Gedurende vele eeuwen was de dadelpalm de eenige plant, van welke men deze twee belangrijke eigenschappen kende: de noodzakelijkheid der bestuiving voor de vorming der vruchten, en het overbrengen van het stuifmeel op de vrouwelijke bloemen door den wind.

De kennis van de bevruchting der dadelpalmen was echter niet tot het medegedeelde beperkt. Integendeel, men wist de werking van het stuifmeel nog in meer bizonderheden op prijs te stellen. Men had opgemerkt dat het aantal rijpe dadels, die een vrouwelijke plant opleverde, afhankelijk was van de hoeveelheid stuifmeel die zich op hare bloemen afzette. Van deze ervaring werd algemeen het volgende gebruik gemaakt. Men snijdt de mannelijke bloemtrossen tijdens den bloei of kort voor het ontluiken af, en hangt ze tusschen de trossen der vrouwelijke planten in. Speelt nu de wind in de boomen,zoo neemt hij het stuifmeel uit de eersten op, doch kan het in de onmiddellijke nabijheid op de laatsten weer afzetten. Het is duidelijk dat hierbij een veel geringere hoeveelheid stuifmeel nutteloos zal verloren gaan, dan wanneer dit fijne poeder van boom tot boom, dikwijls over een aanzienlijken afstand door den wind verplaatst moet worden.

Langen tijd bleef de kennis van de bevruchting der planten tot dit eene geval beperkt, en het feit dat de dadels, die in Arabië en Noord-Afrika inheemsch zijn, in Europa niet voorkomen, en waar zij in het zuidelijk deel van Europa gekweekt worden geene rijpe vruchten dragen, was oorzaak, dat aan de Europeesche kruidkundigen de bevruchting der planten tot in de vorige eeuw onbekend bleef. Eerst Camerarius, en na hem Koelreuter, toonden aan, dat werkelijk bij alle planten, die met bloemen bloeien, het stuifmeel op den stempel gebracht moet worden, zal de vrucht zich kunnen ontwikkelen. De eigenschap der dadelpalmen, grootendeels reeds weer vergeten, bleek toen voor het geheele plantenrijk een algemeene