Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/134

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
122
BESTUIVING VAN KLEINBLOEMIGE PLANTEN.


Eindelijk moet ik nog melding maken van planten met gesloten bloemen. Bij een aantal zeer bekende planten toch komen tweeërlei soort van bloemen voor: fraai gekleurde groote bloemen, die uitsluitend door insekten kunnen worden bestoven, en kleine ongekleurde bloemen, die zich nooit openen, en die dus voor insekten ontoegankelijk zijn. Meestal bloeien de twee verschillende vormen van bloemen in verschillende jaargetijden. In de gesloten bloemen liggen meeldraden en stamper zóó, dat het stuifmeel van zelf op den stempel komt, en dat er dus steeds bestuiving plaats vindt. Zulke bloemen vormen dan ook geregeld vrucht. De Klaverzuring (Oxalis Acetosella), in vele bosschen bij ons algemeen voorkomende, sommige soorten van roode Doovenetels (Lamium) en het welriekende Viooltje (Viola odorata) en vele andere soorten van dit geslacht zijn zeer bekende planten, bij welke deze bizonderheid wordt waargenomen. Zoekt men in den zomer, lang na den eigenlijken bloeitijd der viooltjes, nauwkeurig onder de bladen na, zoo zal het weinig moeite kosten de kortgesteelde groene bloempjes aan te treffen en zich te overtuigen dat zij werkelijk gesloten zijn.

Dat deze gesloten bloemen slechts een ander middel zijn, om bij het gevaar van gemis aan insektenbezoek toch zekerheid van vruchtvorming te hebben, behoeft wel ter nauwernood opgemerkt te worden.




 

VI


DE BESTUIVING VAN BLOEMEN DOOR DEN WIND.


Reeds in overoude tijden wist men, dat de bloesem der dadelpalmen van tweeërlei soort is, en dat deze verschillende bloesems steeds op verschillende boomen voorkomen. De eene soort van bloesem leverde de vrucht, de bekende dadels; de andere soort leverde een fijn poeder, dat tijdens den bloei naar de eersten overwoei, en op deze een bevruchtende werking uitoefende. De vruchtdragende boomen noemde men vrouwe-