Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/148

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
136
HET ONTSTAAN VAN VRUCHTEN EN ZADEN.


die zich verder ontwikkelen, ofschoon zij niet bevrucht zijn; hiertoe zijn steeds de zaadhuid en het kiemwit, en de vrucht zelf te rekenen. En daar nu in gewone gevallen de laatstgenoemde deelen zich slechts dan ontwikkelen, wanneer er bevruchting heeft plaats gehad, en verwelken en afvallen zoo dit niet het geval was, zoo moeten wij hunne ontwikkeling ook als gevolg der bestuiving aanzien. Wij komen dus tot de stelling: De bestuiving heeft, behalve haar rechtstreeksch gevolg, het ontstaan der kiemen voor nieuwe individu's, nog een aantal secundaire gevolgen, nl. de verdere ontwikkeling van de hulsels, welke de jonge en teedere kiemen beschermen moeten. Het zijn deze secundaire gevolgen, die wij in dit hoofdstuk wenschen te behandelen.

Bij deze behandeling zullen wij herhaaldelijk melding te maken hebben van de zoogenoemde bastaardbestuiving, en ik wil daarom vooral aan dit onderwerp eenige woorden wijden.

Het spreekt van zelf, dat wanneer een insekt van de eene bloem naar de andere vliegt, overal honig zoekt en stuifmeel verzamelt, en weder op de stempels afzet, dat dan zeer dikwijls stuifmeel op stempels van geheel andere bloemsoorten zal gebracht worden. Wel is waar bezoeken vele insekten bij voorkeur bepaalde bloemsoorten; doch hun keus is toch bijna nooit zoo uitsluitend, dat zij zich slechts met een enkele stuifmeelsoort zouden beladen. Het is dus onvermijdelijk, dat op sommige stempels stuifmeel van geheel andere planten komt. Zulk een bestuiving nu kunnen wij in het algemeen bastaardbestuiving noemen. Is het verschil der beide plantensoorten te aanzienlijk, bestaat er te weinig overeenkomst tusschen die plant die het stuifmeel leverde, en die welker stempel bestoven werd, zoo zal deze bestuiving in den regel geen gevolg hebben. Het zal eenvoudig zijn, alsof er geen bestuiving had plaats gehad. Zijn de beide plantensoorten echter nauw aan elkander verwant of komen ze in hun bouw en in de eigenschappen van het kleverig vocht harer stempels toevallig overeen, zoo kan zich het stuifmeel op den vreemden stempel op de gewone wijze ontwikkelen, en dikwijls ook de zaad-