Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/159

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

147

HET ONTSTAAN VAN BASTAARDEN.



overwinnen kunnen. Reeds door deze als het ware bijkomende omstandigheid, is de mogelijkheid van het ontstaan van bastaarden tusschen verre verwanten onder de plantensoorten uitgesloten. Doch er is meer. De inwerking der stuifmeelbuis op de eicel is nog niet voldoende om een kiembaar zaad te leveren. Bij geringe verwantschap der ouders is ook zulk een schijnbare bevruchting vruchteloos. Ja men kent gevallen, waarin de eicel tengevolge van de inwerking van het stuifmeel zich een paar malen deelde en de eerste ontwikkelingsstadiën schijnbaar op normale wijze doorliep, doch daarna stil bleef staan, verwelkte en stierf. Ook zoodanige graden van verwantschap tusschen plantensoorten zijn dus voor het ontstaan van bastaarden nog niet voldoende.

In het algemeen leeren wij hieruit, dat een zeer nauwe verwantschap voor de bastaard vorming noodig is. Overeenkomstig hiermede zijn variëteiten of rassen van een zelfde plantensoort in den regel zeer geneigd met elkander bastaarden te leveren, ja in vele gevallen komt bastaardbevruchting hier even gemakkelijk als zelfbevruchting voor. Zoo b.v. bij de verschillende soorten van kool. Deze gewassen, die in de eigenschappen van hun stengels en bladen zoo groote verschillen aanbieden, komen, op enkele uitzonderingen na, in den vorm van hun bloemgroepen en bloemen geheel met elkander overeen. Dientengevolge worden zij door dezelfde soorten van insekten bestoven. Laat men nu in een tuin verschillende koolsoorten dicht bij elkander bloeien, om er zaden van te winnen, zoo zullen de insekten het stuifmeel der eene soort evenzeer op de stempels der andere soorten als op de eigen bloemen overbrengen; bastaardbestuiving is dus onder die omstandigheden onvermijdelijk. Ieder kweeker weet echter, dat zulk een bastaardbestuiving door insekten ook bastaardzaden levert. Want zaait men de zoo gewonnen zaden het volgende jaar uit, zoo verkrijgt men allerlei verschillende vormen van koolplanten, meest tusschenvormen in allerlei graden tusschen de vroegere soorten. Zulke tusschenvormen nu hebben in den handel geen waarde, daar men hier slechts zuivere soorten gebruiken kan. Uit zulke waarnemingen heeft men den bekenden praktischen