Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/166

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

154

HET ONTSTAAN VAN BASTAARDEN.



dat in de bovengenoemde gevallen de geslachten tot nu toe onjuist begrensd geweest en te eng genomen waren. Men heeft daarom voorgesteld de Rhododendrons en Azalea's met de drie andere genoemde geslachten van Ericaceeen tot een grooter geslacht te vereenigen, en hetzelfde voor alle andere geslachten te doen, wier soorten onderling bastaarden leveren. Ofschoon men nu volkomen toe moet geven dat de grenzen der geslachten willekeurig zijn, dat het van de willekeur, den zoogenoemden tact, van den systematicus afhangt, hoe groot hij de geslachten maakt, zoo is in dit opzicht de vrijheid toch aan zekere grenzen gebonden, daar een doelmatige omschrijving der geslachten en soorten eerste plicht is. En zoo men nu vraagt, uit welk oogpunt de bedoelde vereeniging van algemeen aangenomen geslachten tot enkele grootere doelmatig genoemd kan worden, zoo blijven de voorstellers ons hierop het antwoord schuldig. Daarenboven kan de door hen vermoede regel omtrent de mogelijkheid eener kruising van soorten van verschillende geslachten natuurlijk niet a priori worden bewezen, en zoo blijft ons niets anders over, dan deze geheele meening als onjuist en in strijd met de feiten te verwerpen, gelijk dan ook algemeen gedaan wordt. Wat echter hier van de soortbastaarden uit verschillende geslachten gezegd is, geldt met geringe veranderingen evenzeer van de overige soortbastaarden, evenals van die, welke tusschen variëteiten eener zelfde soort ontstaan zijn.

De systematische indeelingen mogen dus niet naar de resultaten der bastaardbestuivingen veranderd worden. Wij moeten dus naar een andere oorzaak van het gebrek aan overeenkomst tusschen deze beide zoeken. Dit gebrek kan voor een gedeelte wellicht in fouten in onze systematische opvatting van enkele soorten of geslachten liggen. Het doel van een plantensysteem is, de bloedverwantschap der verschillende plantenvormen aanschouwelijk uit te drukken en hen, al naar gelang van de graden dezer verwantschap, in grootere en kleinere groepen (variëteiten, soorten, geslachten, familiën) te vereenigen. Om dit doel volkomen te bereiken zou men met de werkelijke afstamming bekend moeten zijn. Daar dit nu bij geen enkelen