Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/168

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
156
HET ONTSTAAN VAN BASTAARDEN.


met elkander overeen. Nu zijn er echter een aantal gevallen bekend, waarin wel het stuifmeel eener soort de andere bevruchten kan, doch het omgekeerde proces nooit tot een gunstige uitkomst leidt. Een paar voorbeelden mogen dit staven. Het eerste is aan twee soorten van tabak (Nicotiana) ontleend. Gärtner heeft gedurende vijf jaren 79 bloemen van Nicotiana paniculata, met stuifmeel van N. Langsdorfiï bestoven; daarvan vormden 66 bloemen vruchten, die meest alle een groot aantal kiembare zaden voorbrachten. In dezelfde jaren heeft deze natuurkundige 44 bloemen der laatstgenoemde soort (N. Langsdorfiï) met stuifmeel der eerstgenoemde bestoven, zonder ooit ook maar het geringste resultaat te erlangen. Nu is klaarblijkelijk de systematische of bloedverwantschap van N. Langsdorfiï tot N. paniculata even groot, als die van N. paniculata tot N. Langsdorfiï; en het is dus niet aan gebrek aan bloedsverwantschap toe te schrijven dat N. Langsdorfiï de andere soort niet bevruchten kan. De oorzaak hiervan moet in bizondere eigenschappen van het stuifmeel dezer soort of van het vruchtbeginsel der andere gelegen zijn, doch is voorloopig nog geheel onbekend. Ons tweede voorbeeld betreft de bekende Nachtschoone of Jalappe onzer tuinen (Mirabilis Jalappa) en een andere langbloemige soort van hetzelfde geslacht (Mirabilis longiflora). De talrijkste proeven met deze planten werden in de voorgaande eeuw door Kölreuter genomen. Het stuifmeel der langbloemige soort gaf, op den stempel der gewone Jalappe gebracht, steeds goede resultaten; rijpe zaden werden zonder eenige moeite verkregen. Omgekeerd echter gaf het stuifmeel der gewone Jalappe op den stempel der langbloemige soort nooit eenig resultaat, niettegenstaande Kölreuter gedurende 8 jaren niet minder dan 200 zulke bestuivingen ten uitvoer bracht. Is de oorzaak van dit verschil evenmin bekend als in het eerste voorbeeld, toch kan men hier omtrent deze oorzaak ten minste een bepaald vermoeden uitspreken. In de bloemen der langbloemige Jalappe is de stijl ongeveer eens zoo lang, als in die der gewone soort; het zou dus niet te verwonderen zijn, zoo de stuifmeelkorrels der gewone soort, die in normale gevallen slechts stuifmeelbuizen van een bepaalde lengte ont-