Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/176

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

164

HET ONTSTAAN VAN BASTAARDEN.



minder veranderlijke soorten vertoonen daarentegen meestal een in 't oog loopende gelijkvormigheid, en houden daarbij alle vrij nauwkeurig het midden tusschen de stamouders. Zijn deze bastaarden vruchtbaar, dan neemt in de opeenvolgende geslachten met de krachtiger ontwikkeling der vegetatieve deelen dikwerf ook de variabiliteit toe, ja na eenige generatiën kunnen zij het er in gunstige gevallen toe brengen, in het een of ander opzicht de kenmerken hunner ouders te overtreffen. Deze verandering treft meestal het eerst de bloemkronen, later ook de overige deelen. Daarbij merkt men in den regel op, dat de oorspronkelijke bastaardvorm zich in drie nieuwe vormen splitst, waarvan de een aan den eersten bastaardvorm gelijk is, de tweede meer met den vader, en de derde meer met de moeder overeenkomt. Deze vormen zijn geenszins constant, doch gaan gemakkelijk in elkander over. en zijn door talrijke tusschenvormen verbonden. Men noemt dit verschijnsel het terugslaan der bastaarden tot de ouderlijke vormen. Of daarbij steeds een volkomen terugkeer voorkomt, is nog niet uitgemaakt. Deze vraag is zeer moeielijk te beantwoorden, omdat bij de gewone cultuur der bastaarden zeer veelvuldig een vreemd-bestuiving met stuifmeel der ouderlijke soorten plaats vindt, iets wat op den duur natuurlijk een volkomen terugslaan ten gevolge moet hebben en dit dan meestal ook reeds binnen weinige generaties heeft. Vandaar dat slechts zeer zorgvuldige proeven, gedurende een lange reeks van jaren voortgezet, de bovengestelde vraag kunnen beslissen. Slechts bij variëteitbastaarden is het terugslaan zonder vreemd-bestuiving met zekerheid waargenomen.

Ik heb in dit hoofdstuk getracht een kort en zoo duidelijk mogelijk overzicht van de gevolgen der bastaardbevruchting of der zoogenoemde kruising in het plantenrijk te geven. Ik moest mij hierbij tot de alleralgemeenste resultaten beperken, ja eenige algemeene regels, wier verband met de medegedeelde feiten nog niet recht duidelijk is, geheel weglaten. Een uitvoeriger behandeling zou den lezer zonder twijfel een veel grooter aantal hoogst belangrijke verschijnselen hebben doen kennen, want zoo eenig gebied uit de plantenphysiologie daaraan bizon-