Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/44

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

32

DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.



het rijp worden der vrucht in het vruchtpluis verandert. Tusschen deze haren ziet men het onderste deel van de bloemkroon doorschemeren, en daarboven de vrije, min of meer naar buiten gebogen helmdraden. Zij zijn bij alle samengesteld-bloemige planten steeds vijf in getal, en dragen evenveel helmknopjes, die tot een nauwe buis vereenigd zijn. In het midden van deze buis staat de stijl, die aan zijn top in twee omgebogen stempels uitloopt. De helmknopjes open zich zeer merkwaardig aan de binnenzijde van het buisje, zoodat het stuifmeel bij die gelegenheid binnen in het buisje komt te liggen. De hoogsteigenaardige middelen, door welke dit poeder uit de buis gebracht, en voor de insekten toegankelijk gemaakt wordt, zullen wij in het vervolg van dit hoofdstuk nader leeren kennen.

Fig. 21.

Het leven der bloem (1900) p044 fig21.png

Meeldraden van
het Leeuwenbekje
(Antirrhinum).

Veel meer variatie dan de vorm en de vergroeiing der meeldraden, levert haar aantal. Er zijn bloemen die slechts één enkelen meeldraad hebben, terwijl andere 20-40 zulke organen vertoonen. Bijna alle daartusschen liggende aantallen van meeldraden zijn in de natuur vertegenwoordigd. Meestal zijn daarbij alle meeldraden even lang, soms echter komt het voor dat er langere en kortere in één bloem vereenigd gezien worden, en wat wellicht nog merkwaardiger is, men kent gevallen, waarin verschillende bloemen van dezelfde plantensoort nu eens lange, dan weer korte meeldraden vertoonen. Enkele voorbeelden hiervan mogen hier een plaats vinden. De kruisbloemige planten hebben zes meeldraden, waarvan de vier binnenste ongeveer de lengte van den stamper bereiken, terwijl de twee buitenste steeds korter zijn. Daarentegen hebben de lipbloemige planten (b.v. de doovenetel, de thijm, de lavendel enz.) vele leeuwenbekjes en andere daarmede verwante geslachten vier meeldraden, twee lange en twee korte, die meestal, gelijk onze fig. 21 dit aangeeft; zóó geplaatst zijn, dat de vier helmknopjes dicht aan elkander