Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/45

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
33
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


liggen. Niet zelden kleven zij daarbij, door middel van hun stuifmeel, vrij vast aan elkander. Eindelijk is het bij planten met tien meeldraden een zeer gewoon verschijnsel, dat er vijf langere en vijf kortere zijn, die dan meestal twee afzonderlijke kransen vormen. Zeer schoon vindt men dit bij de klaverzuring (Oxalis) onzer tuinen, en bij verschillende soorten van geraniums.

Fig. 22.

Bloemen der Primula veris.
A in zijn geheel: B overlangs doorgesneden.

De gekweekte klaverzuring levert tevens een voorbeeld van planten, wier verschillende bloemen in de lengte harer meeldraden verschillen. In sommige harer bloemen zijn de vijf lange meeldraden langer dan de stijlen, die eveneens vijf in getal zijn, terwijl deze op hun beurt weêr langer zijn dan de vijf korte meeldraden. In andere bloemen daarentegen hebben de stijlen de grootste lengte, terwijl vijf meeldraden een gemiddelde en vijf andere de geringste lengte bezitten. In een derden vorm zijn eindelijk de stijlen het kleinst, terwijl boven haar de beide kransen van meeldraden tot op verschillende hoogten uitreiken. Eenvoudiger dan hier zien wij de verschillende grootte der meeldraden bij de soorten van het geslacht Primula, waarvan de Primula veris in onze tuinen, de Primula sinensis op de bloemtafels onzer kamers de zeer bekende vertegenwoordigers zijn. Kelk en bloemkroon bestaan hier in den regel elk uit vijf, tot een buis vergroeide blaadjes, gelijk men aan de slippen of tanden van den rand nog gemakkelijk kan nagaan. De buis der bloemkroon is van onderen nauw, en loopt van boven in een breeden zoom uit. De bloem, die in onze fig. 22 B

3