Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/57

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
45
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


voordeel gemeen, dat vele verwante soorten dicht bij elkaar komen, evenals in een woordenboek niet zelden geheele groepen van stamverwante woorden bijeen staan. Had men nooit iets anders achter dit stelsel gezocht, het zou in de geschiedenis onzer wetenschap een onbetwiste eereplaats bekleeden. Ongelukkig is het echter door velen als grondslag der wetenschap beschouwd, een dwaling, die met de meening dat de rangschikking van gedroogde planten uitsluitend de wetenschap was, hand in hand ging.

Thans worden de Herbariën en Flora's sints lange tijden niet meer naar het stelsel van Linnaeus, maar naar zoogenoemde natuurlijke stelsels gerangschikt. Dit zijn stelsels, die op de sedert Linnaeus verworven kennis der natuurlijke familiën berusten, doch deze familiën overigens in een even kunstmatige orde samenplaatsen als het stelsel van Linnaeus de geslachten schikte. Het natuurlijke stelsel, door Linnaeus het doel der wetenschap genoemd, is ook thans nog slechts in grove trekken bekend, al is men het omtrent de groepeering der familiën tot orden en omtrent de hoofdtakken van het stelsel op vele punten eens.

Bij dezen toestand van zaken is het leerzaam, nog eens even de tegenwoordige rol van het kunstmatig stelsel na te gaan. Men zou licht meenen, dat het geheel buiten gebruik geraakt was en nog slechts in de geschiedenis van de ontwikkeling onzer wetenschap door vakgenooten bestudeerd werd. Deze meening zou geheel strooken met het doel, dat Linnaeus zich met zijn stelsel gesteld heeft. Doch neen, zóó spoedig wijkt een verouderd standpunt niet voor een nieuw. In wetenschappelijke werken wordt het kunstmatig stelsel ter nauwernood meer genoemd, ja, het vroeger zoo veelvuldig gebruik bij het opzoeken van den naam eener plant heeft het bijna geheel verloren. Toch speelt het zoowel in populaire geschriften als bij het onderwijs nog altijd een voorname rol, welke berust op de dwaling, waarvan ik zooeven sprak, als ware deze kunstgreep de grondslag der wetenschap. Deze echter is geheel ergens anders te zoeken. Niet het drogen en rangschikken van planten vormt de kern der wetenschap, niet de kennis