Pagina:Het profijt der vrouwen - UB Utrecht - ca. 1600 - MAG Rariora duod 4.pdf/9

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


Dat ghy vorts in Printe hebt uyt gegeven, En is dat niet den vrouwen tot spijt geschreven? Dat meyndy daer anders uyt, doet ‘et my vermaen. De Printere. ’t Is in spijt noch in schamp gedaen. ’t Vrouwken. Waerom dan? De Printere. Tot ‘er Vrouwen leeringen siet, Om dat sy souden (vaet wel mijn bediedt) Haer schade te verhaelen, die Mans hebben tot dronckaerts, Hoereerders, Dobbelaers, Kijvers, ende Nacht- pronckaerts, Uyt-dragers, dat men t’ huys wel soude behoeven. ’t Vrouwken. Ghy Mans tot alle geveynstheyd groen, Een eerbaer Vrouw wil sulcke wrake niet doen, Die goedt is sal haer sulcks niet onderwinden. De Printere. Een goede (soo Salomon seydt) wie salse vinden? Verre van hier aen ’t eynde der Aerden. En zijn niet veel Wijsen (van grooter waerden) Gebrocht door Vrouwen tot ‘er sinnen verwoetheyd; Seght my waer blijft dan der Vrouwen goedtheyd; Oft zijn dit fabulen, zijt dies bedacht? ’t Vrouwken. Hun on-manierlijcke liefde heeft dat gewracht, Dat sy van alle wetenschap waren berooft. En de Mans (seght my) en zijnse niet het hooft? Sy hadden wederstaen mogen, spade en vroegh. Printere. Nu van dien genoegh. ’t Vrouwken. ’t En is niet genoegh: Als ghy immers Printen wilt, soo gaet te hans Printen van u onverlaten MansDit