Naar inhoud springen

Pagina:Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen (1919).pdf/99

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

overleeft, beviel den dichter zoo goed, dat hij haar herhaaldelijk te pas bracht.[1]

De uitgever van Deschamps' poëzie, Gaston Raynaud, neemt aan, dat al de gedichten van deze strekking,[2] veelal onder de beste, die Deschamps maakte, zijn toe te schrijven aan zijn laatsten tijd, toen hij, ontzet van zijn ambten, verlaten en teleurgesteld, de ijdelheid van het hofleven zou hebben begrepen.[3] Een inkeer zou het dus zijn. Zou het niet veeleer een reactie, een moeheidsverschijnsel zijn? De adel zelf, midden in zijn leven van jagenden hartstocht en overdaad heeft, stel ik mij voor, deze producten begeerd en genoten van zijn brooddichter, die een andermaal zijn gaven prostitueerde, om hun grofsten lachlust te bevredigen.

Omstreeks 1400 is het de kring van vroegste Fransche humanisten, tendeele samenvallend met de reformpartij der groote conciliën, die op het thema der misprijzing van het hofleven voortwerkt. Pierre d'Ailly zelf, de groote theoloog en kerkpoliticus, dicht een pendant bij ‘‘Franc Gontier’‘, het beeld van den tiran in zijn slavenleven vol van vreezen. [4] Zijn geestverwanten gebruiken den nieuw opgefrischten Latijnschen briefvorm ertoe: zoo Nicolaas de Clemanges,[5] zoo zijn correspondent Jean de Montreuil.[6] Tot dien kring behoorde de Milanees Ambrosius de Miliis, secretaris van den hertog van Orleans, die aan Gontier Col een litterairen brief schreef, waarin een hoveling zijn vriend waarschuwt voor de intrede in den hofdienst.[7] Deze brief, zelf in vergetelheid geraakt, werd vertaald door, of kwam althans in vertaling onder den titel ‘‘Le Curial’‘ op naam van Alain Chartier, den befaamden hofdichter.353[8] ‘‘Le Curial’‘ werd weer in het latijn overgebracht door den humanist Robert Gaguin.[9]

In den vorm van een allegorisch gedicht, trant ‘‘Roman de la rose’‘, behandelde zekere Charles de Rochefort het thema. Zijn ‘‘L'abuzé en court’‘ kwam op naam van koning René.[10] Jean Meschinot dicht als al zijn voorgangers:

"La cour est une mer, dont sourt
Vagues d'orgueil, d'envie orages....
Ire esmeut debats et outrages,
Qui les nefs jettent souvent bas;
Traison y fait son personnage.
Nage aultre part pour tes ebats."[11]

Nog in de zestiende eeuw had het oude thema zijn bekoring niet verloren.[12]

Veiligheid, rust en onafhankelijkheid, dat zijn de goede dingen, waarom men het hof wil ontvlieden voor het eenvoudig leven in arbeid en matigheid, temidden der natuur. Dat is de negatieve kant van het ideaal. Doch de positieve

  1. Deschamps no. 1124, no. 307. VI p. 41, II p. 213. Lai de franchise.
  2. Vgl, verder Deschamps, no. 199, 200, 201, 258, 291, 970, 973, 1017, 1018, 1021, 1201, 1258.
  3. Deschamps. XI p. 94.
  4. Romania XXVII 1898, p. 64.
  5. N, de Clemanges. Opera ed. 1613. Epistolae no. 14, p. 57, no. 18, p. 72, no. 104, p. 296.
  6. Joh, de Monasteriolo. Epistolae. Martène & Durand. Ampl. Collectio. II, c. 1398.
  7. Ib, c. 1459.
  8. Alain Chartier. Oeuvres ed. Duchesne, 1617, p. 391.
  9. Zie Thuasne. I p. 37, II p. 202.
  10. Oeuvres du roi René, ed. Quatrebarbes, IV p. 73, vgl. Thuasne, II p. 204.
  11. Meschinot, ed. 1522, f. 94, bij La Borderie. Bibl, de l'Ec, des Chartes. LVI, 1895, p. 313.
  12. Vgl. Thuasne, 1, c., p. 205.