Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/118

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

107

Deze openbaring, belichamend een dier mijlpalen in de geschiedenis der menschheid, welke de afsluiting van een wereldperiode en de voorbereiding tot een nieuw tijdperk aankondigt, ware op een ander of vroeger tijdstip onmogelijk geweest. Voor de bourgeoisie in haar opkomst en groei, met haar klassenstaat en haar geldstrijd, waren klasse-ontkenning, ideologie, een loochenen van den dialectischen ontwikkelingsgang absolute levensvoorwaarden.

Met een variant op een bekend gevleugeld woord zou de bourgeoisie kunnen zeggen:

"In mijn ideologie ligt mijn kracht."

En evenzoo ligt de kracht van het proletariaat in zijn natuurbegrip, in zijn kennis aangaande de evolutiewetten van het geestesleven. Darwin en Marx: de natuur- en de cultuurvorscher, rangschikkend het menschelijk bewustzijn, zonder eenig voorbehoud, onder de verschijnselen behoorend tot het oorzakelijk verband der dingen, zijn de fakkeldragers, de herauten van de opstijgende arbeidersklasse.

Het proletariaat, voorbereidend de komende wereldperiode, waarin de economische worstelingen zullen ophouden te bestaan, zou niet kunnen brengen dat tijdperk, zonder, een veel klaarder visie dan der bourgeoisie mogelijk was, van de wetten, die de cultuur beheerschen. Zijn taak is het, bewust te gaan streven in de richting door de productie-werkingen aangegeven, wijl het zal weten, dat in die richting ook een nieuw geestesleven zich ontplooit. En die bewustheid thans nog slechts weinigen in de arbeidersklasse bezielend,