Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/119

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

108

maar groeiend met hare toenemende moreele en politieke kracht, zal geestelijke elementen van strijd oproepen, welker rijkdom en verscheidenheid thans nog niet hij benadering zijn te beseffen, doch waarvan de socialistische beweging—waar de economische strijdmotieven reeds wegvallen—nu en dan reeds een voorproefje geeft. Het is alsof juist het verdwijnen van alle geld-motieven den intellectueelen strijd des te meer aanwakkert en dien nu reeds tot hooger edeler sferen opbeurt.

De toenemende bewustheid aangaande het wezen der ontwikkeling, vormend de kracht der pioniers van het komende, maar die nog in geen eeuwen het deel zal zijn van alle groepen eener samenleving, aangezien nu nog bijna in de twintigste eeuw, tradities uit de middeleeuwen zich doen gelden—juist die bewustheid zal het wezen van den toekomstigen strijd vormen. De brood- en geldstrijd door de bourgeoisie belichaamd, eenmaal opgelost, moet een andere strijd, een andere zegepraal van den sterkste, de voortstuwende kracht gaan uitmaken, waarbij het arbeidsproces de leden eener samenleving niet meer in economisch gescheiden groepen, maar in geestelijk en intellectueel gescheiden groepen, zal splitsen. Wie meent, zooals de loden der teruggaande klassen, dat economische gelijkheid beteekent een geestelijke gelijkheid, of een geestelijke harmonie, heeft aangaande natuur, maatschappij en mensch het a b c nog te leeren.

In de komende productie-periode zal de cultuurstrijd, of het recht van den sterkste, of de teeltkeuze vormen