Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/120

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

109

aannemen nog veel ingewikkelder, veel subtieler, veel moeielijker na te speuren dan thans, nu zij voor talloozen reeds onzichtbaar zijn. In groote algemeene trekken kan men zich voorstellen, hoe de zich geheel aanpassenden aan het nieuwe weten, zullen trachten het onderwijs, de opvoeding, het sexueele leven, het recht, de moraal, alsook het "strafrecht"—wanneer dat in zijn nieuwe vormen nog "strafrecht" zal kunnen heeten—een richting te geven, verband houdend met hun natuur- en cultuurbegrip. De zich nog niet-aanpassenden, bijv. de rechtstreeksche afstammelingen van do vergoders van het oude regime—gelijk aan hen, die nu gedurende het burgergezag de oude feodale tradities bleven huldigen de vele heimweêvol terugblikkenden naar oude verleefde denkvormen, alsook de nog mystisch en dualistisch aangelegden, die aan een bewustzijn buiten het oorzakelijk verband der dingen een hoogere wijding toekennen dan aan een bewustzijn binnen dat verband, zij allen, in tal van groepen verdeeld, zullen uit den aard der zaak het streven dei anderen nog geruimen tijd uit alle macht pogen tegen te werken. Zij zullen, na al de eeuwen van onkunde en gezagsmisbruik en dwang en tirannie, waarin hun denkleven nog geworteld is, verderfelijk en onzedelijk achten alles wat rechtstreeks met een juister begrip van de natuurwetten in overeenstemming is. Zij zullen nog voor onafzienbaren tijd vormen het tegenwicht, de reactie, zonder welke de bewuste strijders ook niet het wezen van het ideaal steeds hooger zouden zien oprijzen.