Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/160

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

149

en dien opheffen tot de sferen van het intellect; aldus voor de eerste maal in volle bewustheid verwezenlijkend de wording van een hoogere menschsoort met eerbiediging van het ondergaande.

Want elk klaarder weten en begrijpen beteekent een toenemenden eerbied tegenover het leven tegenover alles wat is, ook tegenover de tragedie van het mensch-zijn.

Die tragedie te zien in verleden, heden en toekomst bij het licht, dat Darwin en Marx, dank zij de voorgeslachten, dank zij hun tallooze voorgangers en wegbereiders, er over wierpen; zich voor te spiegelen, bij den onmetelijken tijdsafstand door den grooten natuurvorscher verkend, welke hoogten nog door het menschdom kunnen worden bestegen, het geeft den strijders van heden die ontembare geestkracht, die door den geboden tegenstand slechts verdubbeld wordt.

Daar tegenover is het de moreel al dieper en dieper zinkende kapitalistische wereld, in de kindschheid van ouderdom en verval geen waarheid en geen waarachtige schoonheid meer kunnende onderscheiden, voerend hare laatste behoudsworstelingen met de wreede wapenen der ontoerekenbaarheid, die vormt den donkeren achtergrond, eenmaal bestemd in het eindeloos perspectief der tijden des te heerlijker te tinten de glorie van den nieuwen historischen dageraad.

16 December 1900.