Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/159

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

148

een der elementen van hoop en vertrouwen op de toekomst, en vormt tevens het wezen van den huidigen strijd, die niet is een strijd tegen vaak niet beter wetende individuen, maar tegen een economisch stelsel, dat die individuen noodwendig omlaag houdt, hen dwingt zichzelven, hun geest, hun woord en de moraal te prostitueeren of hun ontneemt zelfs het vermogen om te begrijpen wat zij doen, en waar de evolutie thans heenwijst.

"Wjj bestrijden," schreef de grijze veteraan der Duitsche beweging nog kort voor zijn heengaan, "wij bestrijden de bourgeoisie en het kapitalisme, maar wij houden in eere wat de bourgeoisie en het kapitalisme voor den vooruitgang hebben gedaan. Wij achten de kunst, de wetenschap, de zeden en gebruiken van een dalend tijdperk, ook al komen zij niet meer overeen met onze inzichten.... uit piëteit voor de historische ontwikkeling."

Piëteit voor de historische ontwikkeling inderdaad, piëteit voor de gedenkpalen, die de groote wereldgebeurtenissen afteekenen en die ook eenmaal zullen afsluiten het tijdperk, dat Marx noemde de "vóórgeschiedenis der menschelijke samenlevingen."

Gedrenkt tot in alle poriën met die piëteit voor het verleden, waarin de bourgeoisie hare groote onafwendbare taak had te volbrengen, zal het proletariaat, eenmaal krachtig genoeg geworden om zijn roeping te vervullen, geen wraak nemen, zooals de bourgeoisie een eeuw geleden deed, maar begrijpend het gebeurende, den ontwikkelingsstrijd vrij maken van bestaansnooden