Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/30

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

19

ontplooien. Spinoza, die groote moderne apostel van het eenheidsbegrip, heeft in de eeuw vóór Kant reeds bewezen dat dit mogelijk was. Latere denkers, staande op anderen ideeënbodem, zullen met nog sterker bewustheid zich in monistische richting kunnen bewegen, weer nieuwe banen voor ons openen.

Doch zoolang die nieuwe banen er nog niet zijn, kunnen wij, om met Kautsky te spreken, nog lang voorwaarts gaan op den weg ons door Marx en Engels gewezen, steeds meer uitwerken hun theorie, naar alle zijden ons duidelijker rekenschap geven, hoe het Darwin was, die, zonder het in de verste verte te vermoeden, steen voor steen de fundamenten opbouwde voor de dialectisch-naturalistische geschiedenistheorie, die de opstijgende natuurklasse in haar wereldstrijd ook moreel zoo krachtig zou maken.

* *
*

Darwin en Marx hebben ons gegeven de twee gezichtspunten van één en dezelfde natuurtheorie, aangezien de menschengeschiedenis ook is een natuurverschijnsel, een der vele manifestaties van de natuurwetten. M.a.w. de menschenmaatschappijen zijn stukken natuurleven, door de cultuur gewijzigd of veredeld. Ieder Marxist is dan ook uit den aard der zaak een overtuigd Darwinist, daar de Marxistische theorie in den grond slechts is een voortzetting, een verder doorvoeren van de leer van Darwin in de menschelijke samenlevingen. Maar hieruit volgt niet, dat ieder Darwinist is een overtuigd Marxist; in