Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/52

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

41

berger wijsgeer, indien hij nog leefde, niet zou aarzelen mede te onderschrijven, is o.a. Lange die beweert: "Het materialisme neemt hardnekkig de phenomenale wereld onzer zintuigen voor de wereld der werkelijke dingen" beslist bezijden de waarheid. Hiernaar zijn ook eenigszins af te meten de ontzaglijke misvattingen en dwaalbegrippen, die mede ten aanzien van het wetenschappelijk monisme heerschende zijn.

De aanhanger van het eenheidsbegrip, die, na voorafgaande wijsgeerige studiën, later bij de groote natuurvorschers ter schole ging, is overtuigd, dat het voor den mensch absoluut onmogelijk is iets anders te leeren kennen dan zijn organische bewerktuiging hem veroorlooft, bepaalt zich derhalve tot het bestudeeren der voor hem erkenbare werkelijkheid—die werkelijkheid waarin hij krachtens den aard van zijn zintuigen en zijn bewustzijn leeft, werkt, zich ontwikkelt en zich wijzigt. Hij bedoelt, wanneer hij van de werkelijkheid en de natuurverschijnselen spreekt, nooit anders dan de phenomenale wereld hem door zijn bewustzijn geopenbaard, en speurt in die werkelijkheid de wetten na, waaraan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van alle natuurschepselen onderworpen is. "Das Ding an Sich" laat de monistisch denkende rusten. Zooals Huxley het op zijn geestige wijze uitdrukt: "Daar Kant nooit moede wordt ons te verzekeren, dat wij nooit iets aangaande het "Ding an Sich" te weten kunnen komen, is zijn verklaring, dat het geheel vrij is in dien zin, dat het buiten de wet van oorzaak en gevolg blijft, voor ons niet zoo heel belangrijk!"