Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/75

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

64

zooals voorheen in onwetendheid, niet meer zooals voorheen in angstig opzien tegen een almachtig, wetteloos, grillig bestuurder, maar bewust zich regelend, zich plooiend naar die geopenbaarde grondwetten.

Wel blijft de menschheid er afhankelijk van, d.w.z. afhankelijk van de ontwikkelingslijnen der cultuur, in denzelfden zin als zij afhankelijk is van den loop van maan en sterren, van de zich opvolgende jaargetijden, van warmte of koude, van overstroomingen of aardbevingen of vulcanische uitbarstingen, van regen en storm en hagel en bliksemslag, maar erkennend, begiijpend, zich bewust wordend de revolutionaire voortstuwende krachten van het arbeidsproces, zich bij steeds voortgaande ontwikkeling en bewustwording meer en meer er tegen wapenend, of ze exploiteerend ten bate van het geheel, evenals men reeds zoovele voorheen onbekende krachten en natuurwetten begrijpt en aanwendt.

Overgaan van het onbewuste tot het bewuste, beteekent derhalve niet het overgaan van den mensch tot een toestand van wilsvrijheid in absoluten zin; het beteekent niet het gaan staan tegenover de zich van nu af ontwikkelende economische krachten in de verhouding van overwinnaar tot overwonnene, als zegevierende tegenover een lang weerbarstige doch eindelijk ten onder gebrachte macht. Het beteekent niet een zegepraal in dien zin, alsof het voor de natuur een "onttroond-zijn" beteekende, aldus door hare schepselen te worden begrepen en geëxploiteerd. Een zoodanige voorstelling kan alleen opkomen bij hen, die, ondanks