Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/86

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

75

zich voor in den vorm van plotseling sterker wordende ethische aandriften, van nieuwe vormen van medegevoel, van een ontwakend humanitair streven, ten aanzien van de misdeelde maar langzamerhand aan kracht winnende groepen. Dit vertegenwoordigt mede een wijze van aanpassing aan wat groeiende is.

Wat de misdeelden zelven betreft, zij zien het wezen van den strijd, krachtens hun natuurbewustzijn, in volle klaarheid, wijl zij de natuur het dichtst staan. En voor hen rijst op een ideaal van vrijheid en een zekerheid van zegepraal, die in de zware worsteling die hen wacht, de krachtigsten onder hen tot heldenmoed en doodsverachting prikkelt. Dit verschijnsel heeft zich in alle groote onwentelingsperioden herhaald.

Het komende weerspiegelt zich bovendien, naarmate de cultuur de ideolologische vormen vermenigvuldigt, in het bewustzijn der steeds feller elkaar bestrijdende klassen eener samenleving op zoodanige wijze, dat elke overwinning der opstijgenden door sommige groepen in de teruggaande klassen gezien en begrepen wordt als het resultaat van eigen nobel willen, van een geheel vrijwillig afstaan van tal van voorrechten, van een willen uitstorten van weldaden over de maatschappelijk misdeelden, waarbij zij meenen, dat die nieuwe moraliteitsdrang. hun voorheen in dien vorm onbekend, plotseling uit den hooge op hen neerdaalt. De opkomende, heftig worstelende groepen daarentegen beseffen, dat die hier en daar ontspruitende ethische behoeften der bevoorrechten slechts vertegenwoordigen den drang tot zelfbehoud. wijl anders scherpe en gevaarlijke botsingen