Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/87

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

76

zouden ontstaan. Zij zijn zich bewust alles te danken te hebben aan eigen krachtsinspanning, en elke concessie den gezaghebbenden tegen wil en dank te hebben afgedwongen.

Onder deze algemeene, slechts ruw aangegeven, lijnen voltrekt zich de in der menschen samenlevingen immer voortwoedende natuurstrijd, waarbij de rassenkampen, de worstelingen tusschen stammen en volken, de groote wereldgolvingen, beurtelings opbeurend en neerdrukkend, aangeven voor alle volken een tijd van opkomst, bloei, volbloei, om, nadat het hoogtepunt is bereikt, als alles wat volbloeid is, weer langzaam af te sterven en onder te gaan—plaats te maken voor wat gedurende dat ondergangstijdperk en—krachtens de dialectiek der natuur—door middel van het ondergaande—is ten leven gewekt.

* *
*

De krachtsvorming van het nieuw opkomende, door middel van den geboden tegenstand, vormt derhalve in natuur en geschiedenis het hoofd-element van "de natuurlijke teeltkeus", den naam door Darwin in zijn "Oorsprong der Soorten" gegeven aan de zegepraal van den sterkste of "het recht van den sterkste".

De sterksten, of de lichamelijk en geestelijk best aangepasten, of, zooals Spencer het uitdrukt: "de meest geschikten" overwinnen in den strijd de zwakkeren of minder goed aangepasten aan sfeer en omstandigheden.

Wat in de gansche natuur: bij de geologische verschijnselen, bij de "stof"-verbindingen, in de plant- en