Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/112

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

104

voor zulke naturen en uit een zedelijk oogpunt verwerpelijk, omdat daardoor nijd in de plaats van bewondering komt en verheffing op eigen verdienste in de plaats van droefheid over den tegenspoed van anderen.

"Maar niet alle menschen, zelfs in het laatste jaar van de twintigste eeuw, zijn van deze betere soort, en de prikkels tot inspanning, die zij noodig hebben, moeten daarmede rekening houden. Voor de meerderheid is scherpe wedijver de scherpste spoor. Zij die er boven verheven zijn hebben geen aansporing noodig.

"En dan mag ik niet vergelen te zeggen, dat voor hen die te kort schieten in geestelijke of lichamelijke vermogens, wij eene afzonderlijke klasse hebben, niet verbonden met de andere—een soort invaliden-corps—waarvan de leden een lichten arbeid hebben, die met hunne krachten overeenkomt. Al onze zieken naar ziel en lichaam, alle de dooven en stommen, de lammen, de blinden, de kreupelen en zelfs de krankzinnigen, behooren tot dit corps en dragen zijne teekenen. De sterksten doen dikwijls bijna het werk van een man, de zwaksten natuurlijk zoo goed als niets; maar niemand, die iets kan doen, zal gaarne geheel ledig zijn; zelfs de krankzinnigen in hunne heldere oogenblikken doen wat zij kunnen."

—"Dat invaliden-corps is een aardig denkbeeld," zeide ik. "Zelfs een barbaar van de negentiende eeuw zou dat op prijs stellen. Het is een edelmoedige manier om weldadigheid te verbergen, en moet zeer streelend zijn voor het gevoel van de verpleegden."

—"Weldadigheid!" herhaalde Dr. Leete. "Gelooft gij dat wij de onbekwamen, waar wij van spreken, beschouwen als voorwerpen van weldadigheid?"

—"Ja, natuurlijk," antwoordde ik, "voorzoover zij niet