Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/113

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

105

in hun eigen onderhoud kunnen voorzien." Maar hier viel de dokter mij snel in de rede.

—"Wie kan in zijn eigen onderhoud voorzien?" vroeg hij. "Dit bestaat niet in de beschaafde maatschappij. In een staat zoo achterlijk, dat zelfs samenwerking in het huisgezin onbekend is, kan misschien ieder individu zich zelf onderhouden, maar dan zelfs alleen voor een gedeelte van zijn leven, maar van het oogenblik dat de menschen begonnen samen te leven en den ruwsten vorm van maatschappij hadden gesticht, wordt eigen onderhoud onmogelijk. Naar gelang de menschen beschaafder worden, en de verdeeling van beroepen en diensten plaats vindt, wordt de algemeene regel een samengestelde onderlinge afhankelijkheid. Iedereen, hoe op zich zelf staand zijn bezigheid ook moge schijnen, is lid van een uitgebreide compagnieschap, zoo groot als het volk, zoo groot als de menschheid. De noodzakelijkheid van onderlinge afhankelijkheid behoorde mede te brengen den waarborg en de verplichting van onderling hulpbetoon, en dat dit niet het geval was in uw tijd was juist de groote wreedheid en inconsequentie van uw stelsel"

—"Dat kan alles zoo zijn," antwoordde ik, "maar dit raakte niet het geval van hen die buiten staat zijn aan de productie mede te werken."

—"Maar ik heb u toch gezegd," hernam Dr. Leete, "of ik dacht ten minste dat ik u gezegd had van morgen, dat iemands recht om te zitten aan de tafelen der natie, voortkomt uit het feit dat hij een mensch is, en niet op de hoeveelheid kracht en gezondheid die hij toevallig bezit, zoolang als hij doet wat hij kan."

"Dat hebt u gezegd," antwoordde ik, "maar ik dacht dat de regel alleen werklieden van verschillende bekwaamheid