Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/126

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

118

vorige omgeving en de tegenwoordige. Hoe nieuw en bevreemdend iemands omgeving wordt, behoudt iedereen zulk een sterke neiging om zich er mede te vereenzelvigen, dat reeds dadelijk het vermogen om haar volledig waar te nemen in, hare vreemdheid bijna geheel verloren gaat. Dit vermogen, in mij zoo goed als gedood, keerde door het lezen in Dickens terug wegens het opwekken van aandoeningen van vroeger. Met een helderheid die ik nog niet had kunnen bereiken, zag ik nu het verleden en het tegenwoordige, als pendanten, naast elkaar.

Gedurende de paar uren die ik daar zat met het boek van Dickens open voor mij, las ik niet meer dan eenige bladzijden. Elke nieuwe volzin gaf mij een nieuw gezichtspunt op de veranderingen die plaats gevonden hadden en leidde mijne gedachten op verre wegen. Terwijl ik zoo zat te peinzen in de bibliotheek, kreeg ik langzamerhand een klaarder en meer samenhangend overzicht van het wonderbaarlijke schouwspel dat ik op zulk een vreemde wijze in staat was gesteld waar te nemen, en ik schudde het hoofd over de zonderlinge grilligheid van het lot dat aan iemand die het zoo weinig had verdiend, of op eenige wijze er voor bestemd scheen, met uitsluiting van al zijn tijdgenooten, de macht had gegeven om in deze latere eeuw de aarde te betreden. Ik had de nieuwe wereld evenmin voorzien als haar bevorderd, zooals velen om mij heen hadden gedaan, zonder te letten op den toorn van de dwazen en de begripsverwarring van de goeden. Zeker kon het meer in den aard der dingen hebben gelegen, als een van die profetische en bezielde naturen het maaksel van zijn verbeelding had kunnen zien en voldaan geworden zijn ....

Ik was nog in de boekerij toen Dr. Leete mij eenige