Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/134

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

126

 

HOOFDSTUK XV.

 

 

Toen wij op onze wandeling door het gebouw in de boekerij kwamen, konden wij de verzoeking niet weerstaan van de heerlijke lederen stoelen, en namen plaats in een van de kleine vertrekjes om wat te rusten en te praten.

—"Edith vertelt mij dat u den geheelen middag in de bibliotheek bent geweest;" zeide Mevrouw Leete. "Weet u wel, Mijnheer West, dat u een van de meest benijdenswaardige menschen is?"

—"Ik zou gaarne willen weten waarom," antwoordde ik.

—"Omdat de boeken van de laatste honderd jaar nieuw voor u zullen zijn," sprak zij. "U zult zooveel boeiende lectuur vinden, dat u in de eerste vijf jaar haast geen tijd zult hebben om te eten. Wat zou ik er niet voor geven om de romans van Berrian nog te moeten lezen."

—"Of van Nesmyth, mama," voegde Edith er bij.

—"Ja, of de gedichten van Oates of "Voorheen en Thans", of "Het Begin" of—o, ik zou een dozijn boeken kunnen noemen, die elk een jaar van het leven waard zijn," zeide Mevrouw Leete met geestdrift.

—"Ik denk dat er dan heel wat merkwaardigs geschreven is in deze eeuw."

—"Ja," zeide Dr. Leete, "het is een tijdvak van ongeëvenaarde geestelijke grootheid geweest. Waarschijnlijk heeft het menschdom nooit een zedelijke en stoffelijke verandering beleefd, zoo uitgebreid in hare werking en