Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/157

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

149

de tucht in het gilde, door de candidaten te verleiden zich door intrigeeren den steun van hunne ondergeschikten te verwerven?"

—"Dit zou het ongetwijfeld wezen," antwoordde Dr. Leete, "als zijn ondergeschikten stemrecht hadden of iets bij de verkiezing in het midden te brengen. Maar dat hebben zij niet. Dit is juist de eigenaardigheid van ons stelsel. De generaal van het gilde wordt uit de opzichters gekozen door stemming van de eereleden van het gild, dat wil zeggen, van hen die hun tijd hebben uitgediend en hun ontslag gekregen hebben. Zooals gij weet, verlaten wij op het vijf-en-veertigste jaar het leger, en beschikken over de rest van ons leven tot eigen ontwikkeling en uitspanning. Maar natuurlijk blijft de omgeving van ons actief leven een krachtigen invloed op ons uitoefenen. De vrienden van toen blijven onze vrienden ook later. Wij worden nog altijd aangemerkt als eereleden van ons voormalig gild en onderhouden de levendigste belangstelling voor zijn welvaren en goeden naam in de handen van het volgend geslacht. In de clubs van eereleden waar wij elkaar ontmoeten, wordt over niets zoo veel gesproken als over de zaken die daarmede in verband staan, en de jonge mededingers naar hoogere rangen in het gild; die de beoordeeling van ons oude lieden doorstaan, kunnen er op rekenen dat zij hunne zaken verstaan. Op grond daarvan vertrouwt de natie aan de eereleden de benoeming van den generaal toe, en ik meen te mogen beweren dat geen enkele vroegere vorm van samenleving een keizers-corps kon hebben gevormd zoo bij uitnemendheid voor hun taak geschikt, zoowel wat betreft volstrekte onpartijdigheid, kennis van de bijzondere eigenschappen en het verleden van candidaten, bezorgdheid voor goede