Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/158

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

150

resultaten en volstrekte afwezigheid van zelfzucht. Elk van de tien luitenant-generaals of hoofden van afdeelingen wordt weer gekozen uit de generaals van de gilden die tot een afdeeling behooren, ook bij stemming van de eereleden. Natuurlijk bestaat er een neiging bij elk gild om zijn eigen generaal te benoemen, maar geen gild van een afdeeling heeft genoeg stemmen om iemand te kiezen die niet door de meerderheid van de anderen gesteund wordt. En ik verzeker u dat het bij deze verkiezingen zeer levendig toegaat."

—"De President, denk ik, wordt gekozen uit de hoofden van de tien groote afdeelingen?"

—"Juist, maar die hoofden zijn niet benoembaar alvorens zij een aantal jaren buiten dienst zijn geweest. Het is zeer zeldzaam dat iemand al de rangen doorloopt tot het aanvoerderschap van een afdeeling lang voor zijn veertigste jaar, en aan het einde van een vijfjarigen dienst als zoodanig, is hij gewoonlijk vijf en veertig. Als hij ouder is, blijft hij in zijn rang, als hij jonger is, wordt hij niettemin uit het leger ontslagen na afloop van dezen termijn. Het zou niet goed zijn als zoo iemand weer in de gelederen terugkeerde. De tusschenruimte tot hij kan dingen naar het presidentschap, is bestemd om hem den tijd te verschaffen dat hij zich goed thuis kan gevoelen in de natie in het algemeen, en meer ingezeten is geworden dan lid van het arbeidsleger. Bovendien verwacht men dat hij zich deze periode zal ten nutte maken om den algemeenen toestand van het leger te bestudeeren, in plaats van enkel dien van de groep die hij heeft bestuurd. Uit de vorige hoofden van afdeelingen die tegelijkertijd verkiesbaar mogen zijn, wordt de president benoemd bij stemming door alle mannen die niet met het arbeidsleger verbonden zijn."