Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/18

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

10

steunden bij hunne werkstakingen, die hun voornaamste wapens waren, en de opofferingen, die zij ondergingen om ze vol te houden, lieten geen twijfel over aan hunne vastberadenheid tot den dood toe.

Wat de einduitslag van de arbeidsquaestie aangaat, daaromtrent verschilden de meeningen van de lieden van mijn stand volgens hun persoonlijk temperament. De luchthartigen beweerden met veel klem, dat de aard der dingen niet overeen te brengen was met de verwachting dat de nieuwe begeerten van de werklieden bevredigd zouden worden, eenvoudig omdat de aarde niet genoeg bezat om hen te bevredigen. Het was alleen omdat de groote hoop zoo hard werkte en van bijna niets leefde, dat het ras niet ten eenenmale verhongerde, en geene belangrijke verbetering van hun toestand was mogelijk, zoolang de aarde, als geheel, zoo arm bleef. Niet met de kapitalisten werd de strijd door de werklieden gevoerd, beweerden zij, maar met de onverbreekbare beperktheid van het menschdom, en het was alleen een quaestie van de dikte van hun hersenkas wanneer zij dit zouden ontdekken, en zouden besluiten om te lijden wat zij niet konden gebeteren.

De minder luchthartigen gaven dit alles toe. Ongetwijfeld waren de aanspraken door de werklieden onmogelijk te verwezenlijken op grond van natuurlijke oorzaken, maar er waren redenen om te vreezen dat zij dit feit niet zouden ontdekken voordat zij de samenleving leelijk in de war zouden gestuurd hebben. Zij hadden stemmen en zij hadden dus de macht dat te doen als zij wilden, en volgens de leiders, moesten zij het doen. Eenige van deze neêrslachtige opmerkers gingen zoo ver van een dreigende maatschappelijke ineenstorting te voorspellen.