Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/189

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

181

uit een gekkenhuis. Maar van nabij gezien is het heel wat anders. Uwe tijdgenooten wisten wel wat zij deden als zij elkaar den hals afsneden. De producenten van de negentiende eeuw werkten niet, zooals de onze, gemeenschappelijk aan het onderhoud van de samenleving, maar elk voor zich voor eigen onderhoud ten koste van de samenleving. Indien iemand zoodoende ook de algemeene welvaart vergrootte, was dat bloot toeval. Het was even doenlijk en even algemeen eigen welzijn te verhoogen door handelingen nadeelig voor de gemeenschap. Iemands ergste vijanden waren noodzakelijk de menschen van zijn vak, want bij uw stelsel om winstbejag tot de beweegreden van den arbeid te doen strekken, was de schaarschheid van eenig artikel datgene wat iedere producent begeerde. Het was in zijn belang dat er niet meer van werd geproduceerd dan hij zelf kon produceeren. Dit te bereiken zooveel de omstandigheden toelieten, door uit te roeien en af te schrikken al degenen die hetzelfde vak hadden, was zijn voortdurend streven. Als hij verdreven had ieder dien hij verdrijven kon, bracht zijn taktiek mede dat hij zich verstond met hen die hij niet kon verjagen, en hun onderlinge strijd werd veranderd in een strijd tegen het publiek in het algemeen door de markt op te zetten zoo hoog als de menschen konden uithouden, voor zij zich het gebruik van het artikel ontzegden. De dagelijksche vreugde van ieder producent was den geheelen voorraad van eenige benoodigdheden in handen te krijgen, zoodat hij de burgerij kon dwingen de noodprijzen te betalen die hij eischte. Dit, Mijnheer West, was wat in de negentiende eeuw een stelsel van voortbrenging werd genoemd. Ik laat aan uw eigen beslissing over, of het in veel opzichten niet meer heeft van een stelsel om voortbrenging te