Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/212

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

204

loopbanen, en ik verzeker u dat zij er zeer gelukkig in zijn. Het schijnt ons toe dat bij u de vrouwen de ergste slachtoffers van uwe beschaving waren. Ondanks den afstand van den tijd, vinden wij iets zeer aangrijpends in het schouwspel van hare leege, onontwikkelde levens; in het huwelijk was hun beperkte horizon stoffelijk bepaald door de vier wanden van de woning en geestelijk door een kleinen kring van persoonlijke belangen. Ik spreek nu niet van de vrouwen uit de arme klasse die zich gewoonlijk dood werkten, maar ook van de welvarende en rijke. Van de groote smarten, zoowel als van de kleine verdrietelijkheden des levens, hadden zij geen toevluchtsoord in de opwekkende wereld van menschelijke zaken, of eenig belang buiten het gezin. Zulk een bestaan zou de hersenen van de mannen hebben doen uitdrogen of hen gek hebben gemaakt. Dat is nu alles veranderd. Geen vrouw hoort men nu zeggen dat zij graag een man zou zijn, of ouders die liever jongens dan meisjes wenschen. Onze meisjes zijn even vervuld met liefde voor haar werk als de jongens. Als zij trouwen, beteekent dat niet dat zij opgesloten worden, noch worden zij er door afgezonderd van de hoogere belangen der maatschappij of van de drukte van het openbare leven. Alleen als het moederschap in een vrouwelijk gemoed nieuwe instinkten doet ontwaken, trekt zij zich voor een tijd uit de wereld terug. Naderhand kan zij te allen tijde weer terugkeeren tot hare gezellen en zij behoeft nimmer alle punten van aanraking met deze op te geven. De vrouwen zijn thans een zeer gelukkig geslacht, vergeleken bij wat zij ooit te voren waren en haar vermogen om mannen gelukkig te maken is natuurlijk in evenredigheid toegenomen."