Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/213

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

205

—"Ik begrijp niet hoe het mogelijk is," zeide ik, "dat het belang dat meisjes stellen in haar loopbaan als leden van het arbeidsleger en als candidaten voor hoogere rangen, haar van het huwelijk kan terughouden."

Dr. Leete glimlachte. —"Wees daar maar niet bang voor, Mijnheer West," hernam hij, "de Schepper heeft wel zorg gedragen dat welke verandering de plaats van mannen en vrouwen in den loop des tijds mocht ondergaan, zij niet hunne aantrekkelijkheid voor elkaar zouden verliezen. Dit feit alleen dat in een eeuw als de uwe, toen de strijd om het bestaan de menschen weinig tijd voor andere gedachten moet hebben gelaten, en de toekomst zoo onzeker was dat het aanvaarden van ouderlijke verplichtingen een misdadige zorgeloosheid moest schijnen, er zelfs toen ten huwelijk vragen en in huwelijk geven bestond, moet op dit punt afdoende wezen. Wat de liefde betreft, een van onze schrijvers zegt dat de ledige plaats die in de gemoederen van mannen en vrouwen door de afwezigheid van zorg voor het onderhoud is gemaakt, geheel aangevuld is door dien teederen hartstocht. Ik moet u evenwel verzoeken dit voor overdrijving te houden. Overigens is het huwelijk zoo weinig een beletsel in de carrière van een vrouw, dat de hoogere rangen in het vrouwelijke arbeidsleger alleen gegeven worden aan haar die vrouw en moeder zijn of geweest zijn, want zij alleen vertegenwoordigen ten volle hare sekse."

—"Krijgen de vrouwen ook kredietkaarten, evenals de mannen?"

—"Zeker."

—"Maar de kredieten van de vrouwen zijn zeker kleiner wegens het veelvuldige oponthoud in haar werk door familiezorgen?"