Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/214

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

206

—"Kleiner!" riep Dr. Leete uit, "O neen. Het onderhoud van alle menschen is gelijk. Op dien regel zijn geen uitzonderingen, maar als eenig verschil gemaakt werd wegens het oponthoud waarvan gij spreekt, zou dat weezen om het krediet van de vrouwen te vergrooten, in plaats van te verkleinen. Kunt gij u eenigen dienst denken die een sterker verplichting aan het volk zou opleggen; dan het baren en zoogen van de kinderen van het volk? Naar onze zienswijze maken geen menschen zich zoo verdienstelijk als goede ouders. Er is geen taak, zoo onzelfzuchtig, zoo geheel zonder belooning, ofschoon het gemoed voldoening vindt, als het opvoeden van kinderen die de wereld zullen bevolken, wanneer wij heengegaan zijn."

—"Het schijnt te volgen uit wat gij zegt dat de vrouwen niet van hare mannen afhankelijk zijn."

—"Natuurlijk zijn zij dat niet," hervatte Dr. Leete; "kinderen van hunne ouders ook niet, dat is, voor het onderhoud, want zij blijven het naar het gemoed. De arbeid van het kind als het groot wordt, zal strekken tot vermeerdering van den algemeenen voorraad, niet dien van zijn ouders, die gestorven zullen zijn, en daarom wordt het gevoed uit den algemeenen voorraad. Iedereen, moet gij weten, hetzij man, vrouw of kind, rekent direct met de natie, en nooit met eenig tusschenpersoon, ofschoon natuurlijk de ouders tot op zekere hoogte voor hunne kinderen optreden als voogden. Gij weet dat krachtens de betrekking tusschen personen en de natie, zij recht hebben op onderstand en deze titel is geenszins verbonden of gewijzigd door hunne betrekking tot andere personen die hunne mede-leden zijn. Dat iemand van een ander afhankelijk zou wezen, zou redelijkerwijze hinder-