Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/228

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

220

die naar hunne stem luisterden; zij gaven regelen van gedrag die de wet van zelfbehoud de lieden dwong te breken. Neerziende op het onmenschelijke schouwspel van de samenleving, beweenden die waardige mannen bitterlijk de laagheid van de menschelijke natuur; alsof zelfs een engelen-natuur niet bedorven ware geworden in zulk een school des duivels! O, mijne vrienden, geloof mij, niet nu, in deze gelukkige eeuw, bewijst de zachtaardigheid den goddelijken oorsprong van ons geslacht. Juist in die booze dagen toen zelfs in den strijd om het leven, waarbij genade voor dwaasheid moest gelden, de edelmoedigheid en de liefde niet geheel zijn verbannen, bleek hij onmiskenbaar.

"Het is niet moeilijk de wanhoop te begrijpen waarmede man en vrouw, die anders vol zachtheid en vriendelijkheid geweest zouden zijn, elkander havenden in den strijd om het goud, als wij weten wat het beteekende het te missen, wat armoede was in die dagen. Voor het lichaam was het honger en dorst, marteling door vorst en hitte; in ziekte, verwaarloozing; rustelooze arbeid bij gezondheid; voor den zedelijken aanleg beduidde het onderdrukking, verachting en het geduldig lijden van onwaardige behandeling, verdierlijking van de jeugd af, het verlies van de onschuld der kindsheid, van de bevalligheid der vrouwen, de fierheid der mannen; voor den geest beteekende het den dood door onwetendheid, de verdooving van alle vermogens die ons van het beest onderscheiden, het terugbrengen van het leven tot een opeenvolging van lichamelijke verrichtingen.

"O, mijne vrienden, als zulk een lot u en uwen kinderen geboden werd, als de eenige keuze naast welslagen in het opstapelen van rijkdommen, hoe lang denkt gij