Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/233

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

225

tot ons gekomen zijn, en nog in de bibliotheken door belangstellenden kunnen worden opgeslagen, en waarin uitvoerig wordt betoogd dat, ondanks den kwaden weg dien het leven volgt, het leven toch, door een gering overwicht van het goede, de moeite nog loonde. Zij verachtten zich zelve en zij verachtten hunnen Schepper. Er was een algemeen verval van het godsdienstig geloof. Bleeke en waterige schijnsels, van een uitspansel gedaald dat zwaar bewolkt was door twijfel en vrees, was alles wat de wereld verlichtte. Dat menschen konden twijfelen aan Hem wiens adem in hunne neusgaten is, of de handen zouden vreezen die hen hebben geformeerd, schijnt ons een beklagenswaardige waanzinnigheid, maar wij moeten bedenken dat kinderen die moedig zijn bij dag, somtijds bang zijn in den nacht. Sedert is de dageraad gekomen. Het is gemakkelijk in de twintigste eeuw te vertrouwen op Gods vaderliefde.

"Kortelijk, zooals geboden is in een toespraak van deze soort, heb ik gezinspeeld op sommige van de oorzaken die de gemoederen der menschen hadden voorbereid op de verandering van de oude orde in de nieuwe, zoowel als op eenige oorzaken van de wanhoop van het behoud die haar tegenhielden, nadat de tijden waren rijp geworden. Zich te verbazen over de snelheid waarmede de verandering voltrokken werd zoodra de mogelijkheid er van werd ingezien, is den opwindenden invloed van de hoop vergeten, wanneer de zielen reeds lang alle vertrouwen hebben verloren. De zonsopgang, na een nacht zoo lang en donker, moet een verblindende kracht hebben bezeten. Van het oogenblik af dat de menschen zich veroorloofden voor waar te houden, dat de menschheid niet bestemd was een dwerg te zijn, dat hare be-