Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/241

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

233

den modernen tijd eene geestdriftvolle ingenomenheid met de voordeelen van ons aardsch bestaan, en van de onbegrensde verwachtingen voor later. De wetenschap van de menschheid, van geslacht op geslacht, ten bate van lichamelijken, verstandelijken en zedelijken vooruitgang, wordt erkend als het groote doel dat de hoogste zelfverloochening en inspanning waard is. Wij gelooven dat het menschdom voor het eerst de verwezenlijking van Gods ideaal nabijkomt, en elke generatie behoort te wezen een schrede voorwaarts.

"En vraagt gij wat wij verwachten als geslachten zonder tal zullen zijn voorbijgegaan? Ik antwoord, de weg strekt zich verre uit, maar het einde is onzichtbaar tengevolge van het schitterende licht. Want dubbel is de terugkeer des menschen tot God, waar onze woonstede is: de terugkeer van den mensch langs den weg van den dood, en de terugkeer van het geslacht door de verwezenlijking van den vooruitgang, wanneer dit verheven raadsel, vervat in eene kiem, volkomen zal worden ontvouwd. Laten wij tranen wijden aan het duistere verleden, en met omfloerste oogen het licht dat vóór ons is, tegemoet streven. De lange en verdrietige; winter van de menschheid is geëindigd. De zomer is in de wereld. De menschheid heeft de schelp gebroken. De hemelen zijn voor haar geopend."