Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/248

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

240

Toen bleek het dat ik van mijn vreemde ondervinding nog het vreemdste te vernemen had. Van Mevrouw Leete hoorde ik dat Edith de achter-kleindochter was van mijn verloren lief, Edith Bartlett. Na mij veertien jaar betreurd te hebben, had zij een mariage d'estime gesloten en een zoon nagelaten die de vader van Mevrouw Leete werd; deze had hare grootmoeder nooit gezien, maar veel van haar gehoord, en toen hare dochter geboren werd, gaf zij haar den naam van Edith. Deze omstandigheid heeft misschien bijgedragen om de belangstelling voor hare overgrootmoeder naarmate zij opgroeide bij het meisje te versterken, en voornamelijk het verhaal van den onderstelden dood van haren geliefde bij den brand van zijn huis. Dit verhaal was bijzonder geschikt om het medegevoel op te wekken van een romantisch meisje, en het feit dat zij van de ongelukkige heldin afstamde, verhoogde natuurlijk voor haar de aandoenlijkheid van het geval. Een portret van Edith Bartlett en eenige van hare papieren, waarbij een pakje van mijn eigen brieven was, behoorden tot de erfstukken van de familie. Het portret stelde voor een zeer schoon jong meisje van wie het niet moeilijk was allerlei teedere en romantische dingen te fantaseeren. Mijn brieven gaven Edith eenige aanleiding, om zich van mij een flauw denkbeeld te maken en te zamen waren deze voorwerpen voldoende om haar de oude geschiedenis diep te doen gevoelen. Dikwijls had zij half schertsend tot hare ouders gezegd dat zij nooit zou trouwen tot zij een minnaar vond gelijk Julian West, en dat er tegenwoordig zulke niet meer waren.

Nu was dit alles natuurlijk maar het droomen van een maagd die zelf nog niet verliefd was geweest, maar de ontdekking van bet begraven gewelf in den tuin en de