Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/267

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

259

kwam voorbij. Dit was het eerste schouwspel van dezen somberen dag dat bij mij andere gevoelens opwekte dan medelijden en verbazing. Hier waren eindelijk orde en verstand, een voorbeeld van wat samenwerking en overleg kunnen teweegbrengen. De menschen die met stralende oogen stonden te kijken, kon het schouwspel voor hen geen andere beteekenis hebben dan als zoodanig? Zagen zij niet dat het hunne volkomen eendracht van handelen, hunne ondergeschiktheid aan éen bevel was, die deze mannen maakten tot het geweldige werktuig, in staat om een menigte te overwinnen, tienmaal sterker dan zij zelve? Dit zoo duidelijk zijnde, hoe konden zij nalaten de wetenschappelijke manier waarop het volk ten oorlog trok, te vergelijken bij de onwetenschappelijke wijze van zijn arbeiden? Zouden zij niet hebben moeten vragen, sedert wanneer het dooden van de menschen een zooveel gewichtiger taak geworden was dan hen te voeden en te kleeden, dat een geoefend leger vereischt werd voor het eerste, en het laatste aan een bende werd overgelaten?

Het liep nu tegen den avond en de straten raakten gevuld met de werklieden van de winkels, de werkplaatsen en de fabrieken. Gedragen door den stroom kwam ik toen het donker begon te worden, in een buurt van ellende en menschelijke verlaging van de verschrikkelijkste soort. Ik had de krankzinnige verspilling van arbeid gezien, hier zag ik de wreedste uitdrukking van het gebrek dat uit die verspilling voortvloeide.

Uit de zwarte deuropeningen en vensters aan weerszijde van de stegen, kwamen scheuten bedorven lucht. De straten en de sloppen dreven van het afval van een slavenschip tusschendeks. Terwijl ik voorbijging kreeg