Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/276

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

268

voorbereid werd, eerder tegengestreefd dan bevorderd. Welk recht had ik om een heilstaat te begroeten, die mij mijn zonde verweet, en mij te verheugen in een dag, waarvan ik den opgang had gehoond?

En ik hoorde een stem in mij spreken:—"Beter zou het voor u zijn, indien deze booze droom de werkelijkheid en deze schoone werkelijkheid een droom ware geweest; beter, indien gij het gemartelde menschdom poogdet te verlossen uit de handen van een spottend geslacht, dan hier te drinken uit putten, die gij niet hebt gegraven en te eten van boomen, waarvan gij de planters hebt gesteenigd,"—en ik antwoordde in mijn geest:—"beter, voorwaar!"

Maar toen ik eindelijk het hoofd oprichtte en uit het venster zag, was Edith, frisch als de morgen, in den tuin gekomen en aan het plukken van bloemen. Ik haastte mij naar beneden, en knielende, met het aangezicht ter aarde gebogen, bekende ik met tranen hoe onwaardig ik was de lucht van deze gouden eeuw te ademen, hoe oneindig minder waardig haar uitmuntendste bloem op mijn borst te dragen. Gelukkig is hij die in een geval, zoo wanhopig als het mijne, een zoo genadig rechter vindt.