Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/48

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

40

man betrekkelijk onafhankelijk in zijne verhouding tot den werkgever. Bovendien, toen een klein kapitaal of een nieuw denkbeeld voldoende was voor iemand om zich in zaken te vestigen, werden werklieden onophoudelijk werkgevers en er bestond geen onoverkomelijke scheiding tusschen de beide klassen. Vakvereenigingen waren overbodig en er was geen sprake van werkstakingen. Maar toen de periode van beperkte kapitalen opgevolgd was door groote ophoopingen van kapitaal, veranderde alles. De afzonderlijke werkman, die betrekkelijk van belang was voor den kleinen werkgever, werd onbeduidend en machteloos tegenover de groote concentratie, terwijl tegelijkertijd het hem onmogelijk werd gemaakt op te klimmen tot patroon. Zelfverdediging moest hij zoeken in vereeniging met zijne kameraden.

"De stukken uit dien tijd bewijzen dat de aanvallen op de concentratie van kapitaal geweldig waren. De menschen geloofden, dat de maatschappij er door bedreigd werd met een tirannie erger dan ooit doorstaan was. Zij geloofden, dat de groote ondernemingen een juk van erger slaafschheid smeedden dan ooit aan de menschen was opgelegd, van slavernij niet onder menschen maar onder machines, ongevoelig voor eenigen anderen drang dan onverzadelijke hebzucht. Van achteren beschouwd, kunnen wij ons niet verbazen over hunne wanhoop, want zekerlijk was nooit de menschheid blootgesteld geweest aan een ellendiger lot dan de periode van afgrijselijken dwang zou zijn die zij tegemoet zagen.

"Intusschen, zonder in het minst door het geraas afgeschrikt te worden, ging het opnemen van alle zaken in steeds grootere ondernemingen voort. In de Vereenigde Staten was er, na het begin van het laatste kwart gedeelte