Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/58

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

50

 

HOOFDSTUK VII.

 

 

—"Nadat gij uw arbeidsleger in dienst hebt gesteld," zeide ik, "meen ik dat uwe grootste moeilijkheid zal beginnen, want dan houdt de overeenkomst met een militair leger op. Soldaten hebben allen hetzelfde en iets zeer eenvoudigs te doen; de behandeling van de wapenen te leeren, te marcheeren en op wacht te staan. Maar het arbeidsleger moet leeren en uitoefenen twee of drie honderd verschillende beroepen en betrekkingen. Welke administratie kan zoo goed zijn, dat zij wijselijk uitmaakt welke soort van bezigheid door elk individu van een groot volk zal worden gedaan?"

—"Het bestuur heeft met deze zaak niets te maken."

—"Wie dan?"

—"Iedereen doet het voor zich zelf in verband met zijn natuurlijken aanleg; terwijl de uiterste moeite wordt besteed om hem te doen ontdekken wat zijn natuurlijke aanleg werkelijk is. Het beginsel waarop ons stelsel berust, is, dat iemands begaafdheden, lichamelijk of geestelijk, beslissen wat hij kan verrichten tot het grootste nut van de natie en tot de grootste voldoening voor hem-zelf. Terwijl de verplichting om iets te doen niet ontweken kan worden, verlaten wij ons op vrijwillige keuze, die enkel aan eenige noodige bepalingen onderworpen is, om uit te maken welke soort van arbeid door ieder zal worden gedaan. Daar het geluk van iemand gedurende zijn diensttijd afhangt van de liefde die hij heeft voor zijn werk, zien ouders en onderwijzers van de vroegste jeugd nauwkeurig naar aanwijzingen van bijzon-