Pagina:In de sneeuw.djvu/100

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
98

afgelegd examen niet waard was genoemd te worden. Zij zat immers aan zijne zijde, vertrouwelijk met haar hoofdje leunend tegen zijnen schouder, — zij, eene der eerste dames van het land, gekend en bewonderd, even vurig begeerd door hen, die onder de macht harer schoonheid waren geraakt of door hare geestesgaven bekoord, als door hen, die gretig de hand uitstrekten naar het goud, dat ze lief hadden boven alles — zij, de schoone vrouw, de draagster van fortuin, zat aan zijne zijde, het hoofdje vertrouwelijk leunend tegen zijnen schouder.

De neven en hun kliek — al dat brutaal gebroedsel, dat nu nog fier het hoofd opstak, maar eerlang voor altijd zou worden verslagen — zij allen hadden tot begin een „langen neus" gekregen. En Johannes verheugde zich hierover met een gerust geweten.

Want door zijns vaders brief had hij zijne verloving in een geheel ander licht leeren beschouwen; het was eene gebeurtenis van algemeen belang — eene schakel in de groote keten van feiten, die invloed uitoefenden op de publieke zaak. Hoe vreemd, dat hij hieraan