Pagina:In de sneeuw.djvu/101

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
99

niet had gedacht, toen hij nog geduldig wachtte en twijfelde, of het hem ooit zou gelukken haar te winnen.

Maar nu begon hij in te zien, dat hij zijn geluk niet egoïstisch en als zuiver persoonlijk moest opnemen. Dat hem zooveel werd toevertrouwd vervulde hem met dankbaarheid jegens God — die hem zoo rijkelijk had gezegend, en een einde had gemaakt aan zijne beproevingen.

Zijne gedachten dwaalden nu af naar zijn toekomstig leven — met haar dicht en vertrouwelijk aan zijne zijde.

Alles kwam hem anders en lichter voor, nu hij door den gezegenden brief zijns vaders ook omtrent een ander punt was gerustgesteld.

Johannes had namelijk nooit den drang kunnen begrijpen, die zijnen zoo door hem bewonderden vader als predikant naar het onbeschaafde Noorden had gedreven en hem daar verre van de hoofdstad had doen leven te midden van eene ruwe visschersbevolking. Hij, een man, van wien het menigmaal was getuigd, dat hij de aangewezen persoon was om Staatsraad te worden, hij vergenoegde zich met de onder-