Pagina:In de sneeuw.djvu/76

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

74

geheele beweging had meegemaakt, vóordat zij nog was bedorven door gewetenlooze aanvoerders, — beter dan misschien iemand anders, in staat was, om onderscheid te maken tusschen het goede en verderfelijke in den tijdgeest.

Wanneer eerst het arme, verdwaalde volk maar was gered uit de klauwen der gemeene oproerkraaiers, wanneer maar eerst deze ergerlijke stormloop tegen alles wat hoog en heilig was, zijn hoofd had gestooten tegen den God, die niet met zich laat spotten, — o, dàn zou niemand meer dan hij bereid zijn om de geslagen wonden te heelen, den berouwhebbenden tegemoet te komen, en het kwaad te vergeven en te vergeten.

Maar nòg bevond men zich in vollen strijd; nòg klonken de woorden des Heeren tot zijne strijders: "draagt het zwaard niet te vergeefs!"

En toen hij, opstaande, voor den spiegel zich zelven in de groote donkerblauwe oogen zag, moest hij lachen bij de herinnering aan de kleine scène in de huiskamer. Hoe nietig vond hij dit tooneeltje! — Hij nam zich voor nòg vriendelijker, nòg verdraagzamer jegens haar te zijn; zij kon immers niet weten — de arme Mina! — hoe vèr hij boven haar verheven was.