Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/34

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

26

bonte Kluiten hunne fluitende en gillende geluiden laten hooren. Keurige vogels zijn het met helderwitte en glanzend zwarte vederen. Geeft acht op den dunnen snavel, die naar boven omgebogen is, net andersom dan bij de wulpen. Zoo'n bek is niet geschikt voor grondboringen, maar de Kluit zoekt ook zijn voedsel in het water, waar hij den baleinachtigen bek heen en weer slingert, en allerhande diertjes van het nat roomt. Zijn lange pooten met halve zwemvliezen komen hem daarbij goed te pas.

Moeten we nu in deze mooie vogels ook mimicry zien? Neen, althans niet in de kleur der oude dieren. Maar zie daar op het zand, met schulpen bezaaid, liggen zijn pas geboren kindertjes. Zoudt ge niet zeggen, dat het kluitjes zand zijn? Hoe stil houden de diertjes zich! Op de geluiden der ouders zijn ze zich dood gaan houden, en wie voor dergelijke zaken geen geoefend oog heeft, zal ze niet zoo gemakkelijk ontdekken. Alzoo wel mimicry, niet waar?

Er is meer in den polder. Kijk eens even over de zandvlakte, of ge die kleine, vlugge vogeltjes ziet voortschuiven. 't Is of de wind ze wegblaast. Je zou er ook zoo geen vogels van maken; eerder lijken het grijze, uitgedroogde stuifzwammen, die wegschuiven. Hoe snel moeten die pootjes van zulke kleine vogels, die Strandpleviertjes heeten, toch verzet worden! Elke seconde wel twintig en meer keeren. En nu, als de diertjes zich bewegen, vallen ze eenigszins in het oog, maar als ze zich plotseling stilhouden, kunt ge ze weer niet vinden. De grijze kleur der bovendeelen past vrij zuiver aan bij die der zandvlakte, en 't is of de pleviertjes dit weten, want daarop verblijven ze steeds.