Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/50

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

42

te snappen menig mugje en ander klein goed, dat zoo veelvuldig op en tusschen het riet aanwezig is.

En nu eens naar een nestje van deze vogelsoort gezocht. 't Zal niet gemakkelijk gaan, het tusschen het dichte riet te ontdekken. Toch wel! Wip even over de sloot en neem dan het einde van dezen langen stok, waarvan ik het andere vasthoud. En nu voorzichtig den stok over het riet geschoven, zoodat de stelen daaronder met een vaartje wegslaan. En nu goed toekijken. Hoor, er ritselt iets in het riet. Daar wipt het weg, en .... ja, 't is een karekiet. Voorzichtig verder gegaan! Halt! We zijn er.

Welnu, wat zegt ge van het bouwwerk van ons bruintje? Prachtig, niet waar? Hoe keurig is het diepe nest opgehangen tusschen vier rietstengels, en hoe goed is het er om vastgeweven! Ja, zoo'n nest doet denken aan de kunstige nesten van de wevervogels. Er liggen vijf eitjes in, groenachtig met grijs, net marmerbrokjes. Wat een lief wiegje is zoo'n nestje strakjes voor jonge karekietjes! Heerlijk zullen ze door den wind geschommeld worden en de rietbladeren zullen een slaaplied voor hen ruischen. En als de kindertjes groot zijn, zullen ze ook klimmen langs de rietstelen, en muggen en oeveraas zoeken, en acrobatische toeren verrichten, zoo behendig en gemakkelijk, dat Carré er naar watertanden zou. Gedurig ook zullen ze hun „karre-karre-kiet" laten hooren, en de menschen zullen zeggen: „hoor de rietvinkjes eens vroolijk zijn!"

Wie het nest van den grooten Karekiet wil vinden, moet zich begeven naar het moeras of naar plassen met rietkragen begroeid. Deze vogel heeft steviger stelen noodig, omdat zijn nest veel grooter en zwaarder is, doch het