Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/49

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

41

vogelkopje. De beweging onder het nest wordt het wijfje te machtig, en het wipt weg tusschen de jonge meidoornblaadjes. Onmiddellijk staakt het mannetje zijn gezang, en weldra kan men een klagend geluid vernemen.

't Zijn de hoorbare uitingen van gemoedsbewegingen dezer kleine vogels. We willen dan ook spoedig heengaan. Vluchtig bekijken we het werk van de bouwmeestertjes en vol bewondering zijn we. Zoo zuiver toch is de rand bewerkt, en zoo prachtig komvormig is het tamelijk diepe nestje! En hoe mooi zijn de eitjes, vijf in getal, rosekleurig met donkerroode vlekjes en stipjes. 't Is een van de grootste schoonheden der natuur, en men kan het elk voorjaar in alle boschjes, hoven en tuinen van ons vaderland bewonderen.

We zullen heengaan naar den rand van het bosch, waar we nog weer andere kunstwerken van kleine bouwmeesters kunnen vinden.

De Spotvogel zingt alweer, zoodat de angst voorbij is en het wijfje stellig de plaats op het nest heeft hernomen.

Jawel, „karre-karre-kiet!" Dat is het geluid van een klein, bruingekleurd vogeltje, hetwelk zich in het riet ophoudt, en dan ook tot de rietzangers gerekend wordt. Naar dat geluid wordt het ook Karekiet en wel Kleine Karekiet genaamd, omdat er ook nog een grootere soort is, die enkel Karekiet heet.

Ha, daar vliegt het Karekietje laag boven het riet, zoodat we het bruin van de bovendeelen mooi kunnen waarnemen. Doch spoedig valt het weer tusschen de rietstelen, waar het gemakkelijk bij op- en afklautert. Het doet dit niet alleen uit pleizier, maar ook om weg